5.2.10

Namenwand

Namenwand voor alle 110.000 vanuit Nederland gedeporteerde slachtoffers van de Nazi concentratiekampen zonder graf.

Een initiatief van het Nederlands Auschwitz Comité

Bekijk de website

3.2.10

Memories of the Jews of Rome

Het Holocaust memorial te Berlijn

Op zondag 31 januari 2010 heb ik met mijn vrouw een bezoek gebracht aan het Holocaust memorial in Berlijn. Wat tijdens hevige kou en sneeuwval een kort bezoek had moeten zijn, draaide uit op een heel interessante morgen met de nodige emotie. Het Holocaust memorial is een gedenkmonument en museum ter nagedachtenis voor alle in Europa omgebrachte Joodse burgers. Aan de buitenkant bestaat het memorial uit een woud van betonnen pilaren van verschillende afmetingen en hoogte. De omvang en de leegte van dit betonnen woud is indrukwekkend en staat symbool voor de enorme omvang van deze misdaad en de kilheid waarmee de nazi's de Endlösung hebben uitgevoerd.

Als je de trap afdaalt naar het museum wordt je chronologisch meegenomen naar de opkomst en ontwikkeling van het nazisme en het antisemitisme dat daarmee gepaard ging. De collectie en de ordening van gegevens is indrukwekkend, net als het beeldmateriaal. Wat dit museum extra indrukwekkend maakt is het feit dat de slachtoffers hier een gezicht krijgen. Niet zomaar het gegeven dat er ruim zes miljoen Joden zijn vermoord, maar Joodse families waaronder uit Nederland die gevolgd worden door de tijd. Er is aandacht voor de geschiedenis van deze families en hoe hun burgerrechten door de nazi's steeds meer beperkt en tenslotte afgenomen werden. Veel gebeurtenissen worden gestaafd met orginele documenten, brieven aan familie, kampadministraties en getuigenverslagen. Verder is er een maquette van een vernietigingskamp, waarbij je kunt zien dat dit echte doodsfabrieken waren en hoe dat in zijn werk gaat. De rode draad is toch wel, dat de slachtoffers hier echt een gezicht krijgen. Een gezicht dat wij in ieder geval nooit meer zullen vergeten. Kortom als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van de Jodenvervolging, is het Holocaust memorial in Berlijn een echte aanrader.

Robert Groen, Haarlem

29.1.10

HAARLEM (Noord Holland)

Inclusief: Bennebroek, Bloemendaal, Haarlemmermeer, Heemstede, Schoten, Spaarndam

Omvang

1941 - 1826

1945 -  ± 200

Nu - 120

Voor de Tweede Wereldoorlog

De synagoge (1841) stond aan de Lange Begijnenstraat. In Haarlem was een joodse begraafplaats (1877) aan de Amsterdamse Vaart. In de omgeving waren er echter nog drie andere begraafplaatsen: een (1797) aan de Tetterodeweg te Overveen, een (1907) aan de Brederodelaan te Santpoort-Zuid en een (1931) aan de Vijfhuizerweg te Hoofddorp. In 1930 werd er in Haarlem een joods ziekenhuisje bij het St. Elizabeth Gasthuis aangebouwd. Dit werd gedaan m.b.v. een nalatenschap van de heer Joles, waardoor het gebouw 'Jolesziekenhuis' genoemd werd. In 1936 werd Haarlem de residentie van het provinciale opperrabbinaat. Philip Frank werd benoemd tot opperrabbijn. In de jaren dertig vluchtten 180 joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk naar Haarlem.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog

Op 23 augustus 1942 kregen veel joden jonger dan 60 jaar de oproep zich voor  de Arbeitseinsatz in Duitsland te melden bij de school aan de Westergracht. Slechts 100 meldden zich daadwerkelijk. Er werd toen een razzia gehouden en 170 joden werden gedeporteerd. In januari 1943 werd er een doodgeschoten Duitse soldaat gevonden. De oorzaak was onbekend, maar waarschijnlijk was er sprake van een dronkemansruzie. Er werd een aantal gijzelaars opgepakt, waaronder opperrabbijn Frank. Drie dagen later werd Frank gefusilleerd. Van februari tot april 1943 moesten de ongeveer duizend laatste joden naar de jodenwijk in Amsterdam verhuizen. Van daaruit werden zij via kamp Westerbork naar 'het Oosten' gedeporteerd. De synagoge werd door NSB'ers vernield. De joodse begraafplaats in Haarlem werd door Duitse soldaten als machinegeweerstelling gebruikt. Het Jolesziekenhuis werd na ontruiming bij het St. Elizabeth Gasthuis gevoegd.

 

Na de Tweede Wereldoorlog

Slechts tien joden keerden terug uit de kampen. De meeste joden wisten de oorlog te overleven dankzij de onderduik. De niet te restaureren synagoge werd in 1949 verkocht en in datzelfde jaar werd er een nieuwe gebouwd aan het Kenaupark 7. De joodse begraafplaats in Haarlem is gerestaureerd.

 

Sporen

  • Plaquette (1980) in een muur van een pand aan de Lange Begijnenstraat: op deze plek stond in de oorlog een synagoge. De plaquette herinnert aan de joodse oorlogsslachtoffers.
  •  Plaquette in de muur van de synagoge aan het Kenaupark 7: ter herinnering aan het fusilleren van de gijzelaars in 1943, waaronder opperrabbijn Frank.
  •  De gerestaureerde joodse begraafplaats aan de Amsterdamse Vaart te Haarlem.
  • Monument bij de ingang van de joodse begraafplaats aan de Vijfhuizerweg te Hoofddorp: ter nagedachtenis aan de Liberaal-joodse slachtoffers.
  • Het voormalige onderduikershuis aan de IJweg te Nieuw-Vennep.
  •  Het Ten Boom Huis aan de Barteljorisstraat 19 te Haarlem: dit is een museum over de tijdens de oorlog vanuit dit pand opererende verzetsgroep BeJe. De slaapkamer van Corrie met daarin de schuilplaats zijn in authentieke staat hersteld.
  •  Gedenkplaat (1988) aan de gevel van het Ten Boom Huis: hierop staan de namen van de 4 omgekomen familieleden.

 

Diversen

In de Barteljorisstraat 19 te Haarlem was tijdens de oorlog de 'Horlogerie Ten Boom' gevestigd, een familiebedrijf sedert 1837. Hier hebben veel joden en verzetsstrijders gedurende korte tijd ondergedoken gezeten.

Vader Casper ten Boom en zijn dochters Corrie en Betsie hebben uit geloofsovertuiging hulp geboden aan iedereen die in nood bij hen aanklopte. Samen met Casper's zoon Willem en diens zoon Christiaan vormde de familie met nog anderen de 80 leden tellende BeJe-groep, genoemd naar de Barteljorisstraat. De horlogerie werd als opvang- en doorgangshuis gebruikt, vanwaar onderduikers naar boerderijen buiten de stad gesmokkeld werden. Op deze wijze zijn er honderden mensen, voornamelijk joden, gered.

BeJe werd op 28 februari 1944 verraden en door de Gestapo overvallen. Vier Joden en twee verzetsstrijders wisten tijdig een schuilplaats in een geheime ruimte in Corries kamer te bereiken. Deze schuilplaats was zo goed gemaakt, dat de Duitse soldaten deze zelfs na een intensieve zoekactie van drie dagen niet konden vinden. Toen het pand daarna bewaakt werd door Haarlemse politieagenten, zijn op een gegeven moment de roosters dusdanig gewijzigd dat de 'goeden' op wacht kwamen. De onderduikers konden toen worden bevrijd en hebben alle zes de oorlog overleefd.

De overige onderduikers en hun helpers werden gearresteerd en weggevoerd. Casper, Betsie en Christiaan kwamen om in de kampen. Willem stierf in 1946. Alleen Corrie overleefde de oorlog. Ze had in Ravensbrück gevangen gezeten. Sinds 1988 is het Ten Boom Huis een museum.

 

Literatuur

  • M.H. Gans, Memorboek. Platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940 (6e druk; Baarn 1988), p. 496 en 805.
  • J. Michman, H. Beem en D. Michman,  Pinkas. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland (1e druk; Ede 1992), p. 403-408.
  • T. da Silva en D. Stam, 'Nieuw-Vennep. Joodse onderduikers, 1943-1945', Sporen van de oorlog. Ooggetuigen over plaatsen in Nederland, 1940-1945 (Amsterdam 1989), p. 115.
  • T. da Silva en D. Stam, Sporen van de oorlog. Ooggetuigen over plaatsen in Nederland, 1940-1945 (Amsterdam 1989), p. 193.
  • J. Stoutenbeek en P. Vigeveno, Joods Nederland. Een cultuur-historische gids (Amsterdam 1989), p. 114-120.
  • J. Presser, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 II (Den Haag 1965), p. 248-250.

Haarlem, 'Joodse plaquette'

Vorm en materiaal

De 'Joodse plaquette' in Haarlem is uigevoerd in witte natuursteen. 


Tekst

De tekst op de ingemetselde gedenkplaat luidt: 


'OP DEZE PLAATS IS IN 1841 DE 

SYNAGOGE GESTICHT. ONTLUISTERD 

IN DE JAREN 1940-1945 5700-5705 

TER HERDENKING VAN DE WEGGEVOERDE 

EN OMGEKOMEN JODEN UIT HAARLEM 

WAARONDER DE RABBIJNEN 

S.PH. DE VRIES EN PH. FRANK.'


Digitaal Joods Monument

De joodse oorlogsslachtoffers die op dit gedenkteken vermeld staan, zijn tevens opgenomen in het 'Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland'. Hierin vindt u meer informatie over deze personen met waar mogelijk een korte biografie, familierelaties en adresgegevens.


Onder het kopje 'Geschiedenis' op deze pagina kunt u op een persoonsnaam klikken om doorverwezen te worden naar het Digitaal Joods Monument.


Locatie

Het monument is ingemetseld in de gevel van de synagoge in Haarlem. 


Bron

Sta een ogenblik stil... Monumentenboek 1940/1945 van Wim Ramaker en Ben van Bohemen. (Kampen, Uitgeversmaatschappij J.H. Kok Matrijs, 1980). ISBN 90 242 0185 3.

Joods leven in Haarlem

RECENSIE Volkskrant, Han van Gessel op 07 januari '00, 00:00, bijgewerkt 20 januari '09, 11:02


Haarlem kende in de eerste helft van de voorbije eeuw een bloeiende joodse gemeenschap. Een belangrijke rol daarin speelde rabbijn Simon Ph. de Vries, die vanaf 1892 in Haarlem was aangesteld en vijftig jaar - tot zijn deportatie door de Duitsers in 1943 - zijn stempel op het joodse leven zou drukken. Hij was de auteur van een gezaghebbend boek, Joodsche riten en symbolen (de bundeling van zijn vrijdagse columns in de Oprechte Haerlemsche Courant), en stelde een veelgebruikte Hebreeuwse grammatica samen.


Als overtuigd zionist kreeg hij landelijke bekendheid. 'Met de opperrabbijn van Amsterdam, Joseph H. Dünner, behoorde hij tot het handjevol rabbijnen die vanaf het begin openlijk en uiterst gedreven het zionisme steunden', zo staat het in Pinkas - Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland (Contact; fl. 89,90). Dit door Jozeph Michman, Hartog Beem en Dan Michman samengestelde en oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven overzichtswerk verscheen voor het eerst in een Nederlandse vertaling in 1992 en is nu aangevuld. Het bevat een geschiedenis van de joodse gemeenschap en geeft per plaats een beeld van het joodse leven in Nederland.

Aan de joodse gemeenschap in Haarlem is het vijftigste deel in de serie Haarlemse miniaturen gewijd: Kom ga sjoelen! - Bijdragen over de geschiedenis van de joodse gemeenschap in Haarlem (De Vrieseborch; fl. 32,50), samengesteld door Kees van der Linden en Wim de Wagt. 'Historici hebben - merkwaardig genoeg - tot nog toe weinig belangstelling getoond voor de Haarlemse joodse gemeenschap', schrijven zij in hun Verantwoording. 'Terwijl de Nederlands Israelitische Gemeente hier tot het uitbreken van de oorlog toch een van de grootste en belangrijkste was buiten Amsterdam.'

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog telde de joodse gemeenschap in Haarlem ongeveer achttienhonderd leden. Na de oorlog waren dat er iets meer dan tweehonderd. Veel was verwoest. De synogage aan de Lange Begijnestraat was grotendeels vernield en brandde in 1953 volledig uit. Na de oorlog kwam het joodse leven langzaam weer op gang. In 1949 werd een nieuwe 'sjoel' in gebruik genomen. Kom ga sjoelen verscheen om het vijftigjarig jubileum van deze synagoge luister bij te zetten.

Een bijzondere plek in de joodse geschiedenis van Haarlem neemt opperrabbijn Philip Frank in. Deze werd in 1937 - hij was toen 27 jaar - aangesteld voor het hele gebied Noord-Holland. Tijdens de Duitse bezetting werd hij het slachtoffer van een Duitse represaillemaatregel. In januari 1943 werd een Duitse onderofficier bij de Verspronckweg neergeschoten. De Duitsers reageerden door 109 Haarlemmers te laten arresteren. Tot hen behoorden drie vooraanstaande leden van de joodse gemeente, onder wie Frank. Begin februari werden ze met zeven niet-joodse gijzelaars in de duinen van Overveen gefusilleerd.

Een getuige vertelde later aan de historicus Jacques Presser (Ondergang) hoe indrukwekkend Frank zich in zijn laatste uren had betoond. Tegen zijn medegevangenen had hij over de nazi's gezegd: 'We staan geestelijk zo ver boven hen, we moeten dit maar verdragen en ik persoonlijk als rabbijn behoor bij mijn mensen, ik moet hen steunen en sterk maken voor hun komend lijden.'

Gezin Moses Isaak Pezon

Moses Isaak Pezon


Linden, 17 april 1883

Auschwitz, 3 september 1943

Voorzanger

Bereikte de leeftijd van 60 jaar


De naam Mozes Isaac Pezon komt voor op een met de hand geschreven opsomming van alle personen die in de eerste oorlogsjaren een functie vervulden binnen de Nederlands Israëlietische Gemeente Haarlem. Van alle functionarissen is een foto bewaard. Mozes Isaac Pezon was adjunct-secretaris, voorzanger, godsdienstonderwijzer en sjouchet bij de joodse gemeente Haarlem en leraar bij de Godsdienstige Instelling Gemieloeth Chassadiem.

Joods Historisch Museum, Documentenverzameling, inv.nr 1001


Er bestaat een besnijdenisregister van Mozes Isaac Pezon van 1917-1942.

Joods Historisch Museum, Documentenverzameling, inv.nr 9348






Helena Pezon-Cohen


Zevenaar, 18 april 1877

Auschwitz, 3 september 1943

Bereikte de leeftijd van 66 jaar


De naam Helena Cohen komt voor op een met de hand geschreven opsomming van alle personen die in de eerste oorlogsjaren een functie vervulden binnen de Nederlands Israëlietische Gemeente Haarlem. Van alle functionarissen is een foto bewaard. Helena Pezon-Cohen was lid van de Dames Directie van de Godsdienstige Instelling Gemieloeth Chassadiem.

Joods Historisch Museum, Documentenverzameling, inv.nr 1001