-
Meest recente berichten
Categorieën
- Diversen (17)
- Ervaringen (10)
- Geschiedenis (10)
- Nieuws (45)
- Verhalen (10)
Archief
Category Archives: Verhalen
Politie-inspecteur weigerde Joden uit te leveren
AMSTERDAM (ANP) - Slechts weinig agenten van de huidige generatie kennen het verhaal van oud-collega Jan van den Oever, een Amsterdamse inspecteur die in 1942 de opdracht kreeg Joodse burgers uit hun huizen te halen en aan de SS uit te leveren voor deportatie naar Polen. Hij weigerde.
Voor huidig korpschef Welten staat deze man symbool voor het politiewerk van nu.
Hij vernoemde daarom het gerenoveerde politiekantoor aan de Kabelweg in Amsterdam-West naar Van den Oever. „Om ons er blijvend aan te herinneren dat we allemaal, ieder voor zich, verantwoordelijk zijn voor een rechtvaardige, democratische politie.” In de centrale hal staat een zogeheten staande tekening, waarvan de lijnen in brons zijn gegoten en het geheel een ruimtelijk aspect krijgt. De sculptuur stelt de oud-politieman voor en is van de hand van kunstenaar Jeroen Henneman. De zoon en de dochter van de overleden Van den Oever onthulden het kunstwerk donderdag.
De politie-inspecteur wist dat de Joodse mensen moesten vrezen voor hun leven, vertikte het daarom mee te werken. Volgens Welten stelde hij daarmee ook het misdadige karakter van de politie aan de kaak. De toenmalige hoofdcommissaris Tulp ontsloeg Van den Oever op staande voet. Na de oorlog trad hij terug in dienst, maar dat bleek van korte duur. De agent voelde zich niet meer op zijn gemak bij het korps.
„Het heeft lang geduurd voordat de politie het eigen handelen tijdens de bezetting onder ogen heeft durven zien”, weet Welten. „Direct na de bevrijding was het motto: zo snel mogelijk vergeten.” Volgens de korpschef was er geen ruimte de leiding erop aan te spreken. „Zelfs een vraag stellen werd niet gedurfd.”
Welten vindt het belangrijk dat zijn korps deze geschiedenis kent en ervan wil leren. Het verhaal van Van den Oever laat volgens hem veel zien over de zwakheden in mens en organisatie. De inspecteur staat bovendien symbool voor de politie die knokt voor vrijheid en tegen onrechtvaardigheid, zei Welten. Waarden waaraan de korpschef buitengewoon hecht.
Hij heeft alle Amsterdamse agenten dan ook een brief gestuurd waarin hij uitlegt waarom hij dit vindt en waarin hij ingaat op het motto van de politie: waakzaam en dienstbaar. Binnenkort dragen alle agenten in Nederland deze twee woorden op hun nieuwe korpsbrevet, het embleem dat zij op hun uniform dragen. „We zijn dienstbaar aan de waarden van de rechtstaat en we zijn waakzaam op alles wat die waarden in gevaar kan brengen.”
Bron: Reformatorisch Dagblad
Wake voor Haarlemse Joden
Maandagavond 25 augustus, 23.00 uur, werd voor het eerst, in het klein, een wake gehouden ter herdenking aan de 715 omgekomen Haarlemse joden.
Patrick van der Vegt hield hierbij een kleine toespraak;
“Op 15 juli 1942 vertrok vanuit kamp Westerbork de eerste deportatietrein. In totaal 1132 joden, grotendeels uit Amsterdam, vertrokken die dag uit het kamp, aangevuld met gevangenen. De eindbestemming was het vernietigingskamp Auschwitz. Het was het begin van de deportatie van meer dan 107.000 joden uit Nederland. Niet alleen in Auschwitz maar ook in andere concentratie- en vernietigingskampen werden zij vermoord.
Op maandag 24 augustus 1942 ontvingen 650 Haarlemse joden een brief met de opdracht zich de volgende dag te melden, hier, in de Bavoschool aan de Westergracht. Zo’n 230 oudere joodse Haarlemmers zouden naar Westerbork gebracht worden, de overigen kregen te horen dat ze naar Duitsland moesten om er te werken.
Van de 650 aangeschrevenen meldden zich slechts 149. De Duitsers waren zeer ontevreden over het te kleine aantal dat zich meldde en hielden een razzia in de avonduren. Bij deze inderhaast georganiseerde razzia pakten de Duitsers nog dertig joden op.
In de nacht van 25 op 26 augustus 1942 vertrok vanuit Haarlem, vanaf het rangeerterrein aan de Westergracht, de eerste deportatietrein naar kamp Westerbork. In totaal 179 Haarlemse joden waren op transport gezet. Op 28 augustus zijn 110 van hen met de trein, in veewagens, naar het vernietigingskamp Auschwitz gedeporteerd. Ze kwamen daar op 31 augustus aan en werden direct naar de gaskamers gevoerd en vermoord.
Vanuit Westerbork vertrokken wekelijks, meestal op dinsdag, de volgeladen treinen naar Auschwitz of Sobibor.
Tussen 15 juli 1942 en 3 september 1944 werden meer dan 107.000 Joden gedeporteerd uit Nederland. Slechts 5.200 overleefden de Nazi-concentratiekampen en keerden terug.
Auschwitz en Sobibor in Polen waren vernietigingskampen, hoofdzakelijk opgericht om massamoord te bedrijven. Van 95.000 Joden uit Nederland waren deze kampen de eindbestemming. Niet meer dan 500 van hen hebben het overleefd.
Dames en heren,
Wij staan hier vanavond om de 715 Haarlemse joden te gedenken. Omdat wij niet willen dat de herinnering aan hen vervaagt. Dit is de plek waar de Haarlemse joden zich moesten verzamelen. Mensen zoals u en ik, opgeroepen, alleen omdat ze joods waren. Mensen die verplicht op reis moesten, onder valse voorwenselen. Onzeker over hun toekomst en waar ze terecht zouden komen. Mensen met een toekomst die niet verder ging dan een van de vernietigingskampen. Dat was hun eindstation.
Zoiets mag nooit meer gebeuren.
Elke keer bij momenten zoals deze schiet bij mij het lied van Stef Bos, Hier vertrok de trein, te binnen. Hierbij zal ik de songtekst voor u voorlezen.”
Hier vertrok de trein (Stef Bos)
Hier vertrok de trein
Hier op dit perron
Hier stonden de mensen
Met angst in hun ogen
Voor de reis begon
Een man met een vrouw
Een vrouw met een kind
Een kind met een toekomst
Mensen
Als dieren opgejaagd
Daar was het oosten
Daar gingen ze heen
Verder dan een trein kan reizen
Naar de hemel
Door de hel
Hier was het leven
Daar was de dood
Voor elke bastaard en zigeuner
Voor elke homoseksueel
Elke jood
En ik kan het niet begrijpen
M’n hoofd kan er niet bij
Ik kan het niet begrijpen
M’n hoofd kan er niet bij
Er is teveel over geschreven
En het is natuurlijk veel te lang geleden
Dus we mogen het, we mogen het vergeten
Maar als we het vergeten
Begint het weer opnieuw
Geleen krijgt monument voor in oorlog vergaste zuster
ROERMOND/GELEEN – Op woensdag 28 juni wordt in Geleen een monument onthuld ter herinnering aan zuster Aloysia Löwenfels. Net als de heilige Edith Stein was zij joods, werd ze later katholiek en trad ze in bij een kloosterorde. In augustus 1942 werden ze door de Duitse bezetters gevangen genomen en op transport gezet naar Auschwitz. Het monument in Geleen is bedoeld als een blijvende herinnering aan deze martelares.
De geschiedenis van de katholiek geworden jodin Edith Stein, die vanuit het karmelietessenklooster in Echt door de Duitsers werd weggevoerd, is algemeen bekend. Het verhaal van de slechts 27 jaar geworden zuster Aloysia heeft in de loop der jaren nauwelijks aandacht gekregen. Met de plaatsing en inzegening van het monument willen de zusters een blijvende herinnering creëren aan het korte, maar waardevolle leven van hun medezuster.
Het monument komt te staan in Geenstraat, op de plaats waar indertijd het klooster van de zusters stond. Het beeld wordt ingezegend door pastoor J.P. Janssen van Geleen in aanwezigheid van onder meer het generaal bestuur van de congregatie, vertegenwoordigers van het gemeentebestuur Sittard-Geleen, een vertegenwoordiger van het aartsbisdom Keulen en kunstenaar Jos Hemans, die het monument ontworpen heeft. Aan het programma wordt ook meegewerkt door leerlingen van basisschool De Drossaert en harmonie Sint Augustinus.
Levensbeschrijving
Louise Löwenfels werd op 5 juli 1915 in Trabelsdorf (D) geboren in een godsdienstig joods gezin. Ze had geen gemakkelijke jeugd, omdat ze zich aangetrokken voelde tot het katholieke geloof en dit in haar joodse familie niet werd geaccepteerd. Uiteindelijk werd Louise Löwenfels zelfs door haar familie verstoten. Als gevolg van de in Duitsland steeds strenger wordende anti-joodse wetten was zij genoodzaakt steeds vaker te verhuizen en uiteindelijk onder te duiken in een klooster in Mönchengladbach. Hier werd zij op 25 november 1935 gedoopt. Doordat de situatie in Duitsland voor joden verslechterde, kon Louise daar niet blijven en vluchtte zij naar Nederland. Ze vond onderdak bij de zusters Arme Dienstmaagden van Jezus Christus in Geleen, bij wie ze op 8 december 1937 intrad. Op 12 september 1940 legde ze als zuster Aloysia haar eerste geloften af.
Door haar joodse afkomst, werd haar het leven als religieus steeds moeilijker gemaakt. Ze mocht geen les meer geven aan de kleuterschool en werd verplicht een jodenster te dragen. Hoewel de bezetter aanvankelijk beloofd had om de tot het christendom bekeerde joden niet te vervolgen, werd hiervan afgeweken, nadat de Nederlandse bisschoppen openlijk tegen de handelwijze van de Duitsers hadden geprotesteerd. Samen met Edith Stein en tientallen andere katholiek geworden joden, werd zuster Aloysia op 2 augustus 1942 gearresteerd en via de kampen Amersfoort en Westerbork naar Auschwitz gebracht. Daar werd ze op 9 augustus vergast.
Zusters in Geleen
De zusters Arme Dienstmaagden van Jezus Christus kwamen in 1875 vanuit Duitsland naar Geleen. Een tijd lang boden ze onderdak aan religieuzen en studenten die vanwege de Kulturkampf (anti-religieuze politiek) uit Duitsland waren gevlucht. Later legden de zusters zich in Geleen toe op de zorg voor de zieken en ouderen en op het onderwijs. Door de toename van het aantal religieuzen kon een groot klooster met pensionaat worden gebouwd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier dementerende patiënten uit een psychiatrische inrichting in Gangelt (D) ondergebracht, om te voorkomen dat zij door de Nazi’s werden gebruikt voor medische experimenten. De zusters Arme Dienstmaagden van Jezus Christus hebben nog steeds een communiteit in Geleen en zetten zich onder meer in voor de opvang van vluchtelingen.