-
Meest recente berichten
Categorieën
- Diversen (17)
- Ervaringen (10)
- Geschiedenis (10)
- Nieuws (43)
- Verhalen (10)
Archief
3 en 4 mei: Ik schrijf je naam
Van de Joden die er voor de Tweede Wereldoorlog in Haarlem leefden, zijn er 710 in kampen vermoord. Er is nog steeds geen monument om deze mensen te gedenken. Er is wel een namenlijst.
Haarlemmers worden uitgenodigd op 3 en 4 mei één van de 710 namen op te komen schrijven op lange stroken papier in de Janskerk (het publiekscentrum van het Noord-Hollands Archief), zodat daar op Dodenherdenking alle namen staan geschreven. Ieder heel uur schrijft een prominente Haarlemmer een van de namen. De eerste die een naam zal schrijven, is rabbijn Shmuel Spiero. Het schrijven van de namen wordt vanuit de nok van de kerk op beeld vastgelegd. De fotoserie wordt als monument op internet geplaatst.
Op dinsdag 3 mei is de Janskerk van 10.00 tot 20.00 uur open, op woensdag 4 mei van 9.00 tot 16.00 uur. Op deze dagen kan iedereen die dat wil binnenlopen bij het Noord-Hollands Archief om een naam te schrijven. De namen worden ter plaatse uitgereikt en op een rol papier geschreven. De lange stroken papier zullen in de Janskerk worden opgehangen. Er mag ook een naam van de lijst gekozen worden. Dit graag tevoren doorgegeven aan w.spook@chello.nl. Het idee van initiator Willemien Spook achter het project is: ‘Als je op zo’n manier iemands naam schrijft, vergeet je die nooit meer. Je tilt diegene daarmee uit de anonimiteit. Je geeft hem of haar daarmee iets terug, hoe klein ook.’
Het Noord-Hollands Archief verleent graag medewerking aan dit initiatief. Omdat wij het net als Willemien Spook belangrijk vinden er bij stil te staan dat er zoveel mensen uit Haarlem zijn weggevoerd. Het gaat om heel veel mensen, maar het blijft een abstract getal. Dat wordt anders als je de namen kent. Er wordt al zo lang gesproken over een monument met de namen, maar het komt er maar niet. Dan maar een tijdelijk monument. Voor Haarlemmers is het een mooie gelegenheid om hun betrokkenheid te laten zien. Wij zijn ervan overtuigd dat heel veel mensen een naam willen schrijven en daarmee kunnen laten zien wat niet onder woorden valt te brengen.
Bron: Noord-Hollands Archief
Joods Amsterdam van 1941 weer even zichtbaar

Detail van de in 1941 in opdracht van de bezetter ontwikkelde 'strippenkaart'. Iedere stip staat voor tien Joodse inwoners - Afb: NIOD
Wie op 4 mei door Amsterdam loopt of fietst zal als het goed is duidelijk kunnen zien op welke plekken voor de oorlog Joden woonden. Het Amsterdamse 4 en 5 mei comité vraagt bewoners namelijk om op die dag de huizen te markeren waar gedurende de Tweede Wereldoorlog de Joodse gezinnen woonden die werden gedeporteerd en vermoord.
Voor de oorlog was tien procent van de Amsterdammers Joods. De Holocaust veranderde de hoofdstad enorm. Van de 140.000 Nederlandse Joden woonden er ongeveer 80.000 in Amsterdam. De Joodse gemeenschap in de hoofdstad was dan ook groot.
Maar liefst tien procent van de inwoners van de hoofdstad was van Joodse afkomst. Tijdens de oorlog werden duizenden Joden in opdracht van de bezetter afgevoerd. In het online Joods Monument staan 61.700 namen van Amsterdamse Joden die werden vermoord. Het is de bedoeling dat op 4 mei aanstaande weer even zichtbaar wordt hoe Joods Amsterdam ooit was.
Het Amsterdamse 4 en 5 mei comité, met medewerking van het Joods Historisch Museum, een inventarisatie gemaakt van Amsterdamse adressen uit 1941 vanwaar tijdens de oorlog Joden werden weggevoerd. Die adressenlijst wordt later deze maand, samen met een poster, via een projectkrant onder Amsterdammers verspreid. Op 22 april worden poster en adressenlijst ook meegestuurd met Het Parool.
Huidige bewoners worden opgeroepen om op 4 mei de poster zichtbaar vanaf de straat op te hangen en op het online Joods Monument informatie te zoeken over de voormalige bewoners. De organisatie over de actie:
In veel steden is door militair geweld tijdens de Tweede Wereldoorlog nog steeds een zichtbaar litteken in de infrastructuur waarneembaar, zoals bijvoorbeeld de brandgrens in Rotterdam of de nog steeds zichtbare gevolgen van de bombardementen in Middelburg en Nijmegen. De grootste aanslag die de stad Amsterdam meemaakte was niet op gebouwen maar op de bevolking gericht, op de Joden. Hadden zij geleefd dan was Amsterdam wellicht een andere stad geweest. Dit project maakt die vernietiging van menselijk leven voor ten minste één dag zichtbaar.
Het Joodse Huizenproject is opgezet nadat de Amsterdammer Frits Rijksbaron ontdekte dat hij in een ‘Joods huis’ woonde. Hij las hierover op de eigendomsbewijzen die hij bij de koop van zijn huis ontving en bedacht toen een plan om ook andere bewoners van ‘Joodse huizen’ op het verleden van hun huis te attenderen. Hij benaderde hierop het Amsterdams 4 en 5 mei comité.
Jom HaSjoa 2011
In Nederland vindt jaarlijks op 4 mei de Nationale Dodenherdenking plaats. Men herdenkt tijdens de Nationale Herdenking allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.
1 mei a.s. is Jom Hasjoa, de dag van de Sjoa (Hebreeuws voor vernietiging). Op deze dag herdenkt de joodse gemeenschap over de gehele wereld de slachtoffers van de naziterreur. Jom Hasjoa valt op 26 Nisan in de Hebreeuwse kalender. Op deze dag kwamen in 1943 de joden in het getto van Warschau in opstand tegen de nazi’s.
Officieel zijn zo’n 6 miljoen Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog omgebracht door de Nazi’s in vernietigingskampen. De meeste Joden zijn vergast. Maar er zijn ook velen die zijn doodgeschoten of op een andere manier zijn omgebracht.
In aansluiting op deze gedenkdag in Joodse kring komen op enkele plaatsen in ons land jaarlijks Christenen en Joden bijeen. Deze samenkomsten hebben een positief doel: de toekomst bewaren voor het onheil dat de mensen treffen kan, als we nu nalaten alle vormen van discriminerend gedrag te bestrijden.
Hiervoor organiseert Joodshaarlem.nl in samenwerking met de Joodse gemeente Haarlem op zondag 1 mei a.s. een samenkomst van Joden en Christenen. Deze herdenking zal plaatsvinden in de Wijde Appelaarsteeg bij de gedenksteen aan de zijkant van de Toneelschuur, aanvang om 19.45 met om 20.00 uur één minuut stilte.
Meer info hierover, volg deze website.
Pogingen tot overleven
‘Mijn vader wilde naar het kamp toe. Hij kreeg een oproep zich te melden en wilde gaan, omdat hij dacht dat hij te werk zou worden gesteld. Mijn moeder smeekte hem niet te gaan, ze was doodsbang. Uiteindelijk liet hij zich overhalen en zijn we ondergedoken’, vertelde Liesje de Vries na de oorlog. Feitelijk waren er voor joden slechts twee manieren om aan deportatie naar de kampen te ontkomen: onderduiken of proberen via een vluchtroute Zwitserland of Engeland te bereiken. Na februari 1943 mochten joden niet meer in Haarlem wonen. Plichtsgetrouw als altijd maakten de ambtenaren van de afdeling bevolking de balans op van de deportaties en gedwongen volksverhuizing. Het bleek dat 523 joden administratief spoorloos uit de stad verdwenen waren; vertrokken zonder een adres op te geven. Die joden hadden, zo moeten we aannemen, een onderduikadres gevonden. Zoiets meldde je uiteraard niet op het stadhuis.
Vluchten
Vluchten naar Zwitserland of via Spanje naar Engeland was moeilijk en gevaarlijk, soms ook kostbaar. Jaap Leuvenberg, die aan het Frans Halsplein woonde, slaagde erin. Met zijn vrouw Dolly stapte hij op de trein naar Zwitserland. ‘Onze persoonsbewijzen met die grote J erin hadden we thuisgelaten, we reisden met onze paspoorten’. Zijn jongere broer Isaak deed het hem later na, ook met succes. Maar zijn oudste zuster werd met haar man en twee kinderen gepakt en kwamen om in het concentratiekamp Mauthausen. Ook Sonja Frenk werd bij een vluchtpoging gearresteerd. Zij was één van de twee joodse vriendinnen van Hannie Schaft en zat ondergedoken bij Hannies ouders. Ze kon het ondergedoken leven niet aan en zocht contact met een organisatie die vluchten naar Spanje op touw zette. Ze moest voor haar vlucht 5.000 gulden betalen. In Lyon werd ze verraden en gedeporteerd naar Auschwitz.
Onderduiken
Bijna alle joden die aan deportatie wilden ontkomen, waren aangewezen op een onderduikadres. Onderduiken, zo blijkt uit de woorden van Liesje de Vries, was geen gemakkelijke keuze. Daar kwam veel bij kijken. Je moest je leven en veiligheid overgeven aan een ander. Bovendien wist je dat je die ander in gevaar bracht, want de Duitsers hadden aangekondigd dat iedereen die joden hielp ‘als joden behandeld zou worden’. Joden die met hun gezin wilden onderduiken hadden het extra moeilijk. Bij veel onderduikadressen was daarvoor geen ruimte. Je moest mensen kennen die je in huis wilden nemen of over contacten beschikten die je naar behulpzame en betrouwbare Nederlanders konden brengen. Je kon niet meer legaal aan bonnen komen die nodig waren om voedsel te kopen. Vaak bleek het nodig om van onderduikadres te veranderen. Dat kon alleen met een vervalst persoonsbewijs. Het in huis nemen van een onderduiker kostte geld, er waren extra kosten voor voedsel, verwarming en kleding. Als het even kon wilde een onderduiker zijn gastheer of -vrouw ten minste financieel schadeloos stellen voor hun inspanningen. Joden die over enig kapitaal beschikten hadden het daarom gemakkelijker dan arme joden. Na verloop van tijd werd het verzet er steeds beter in om ook voor arme onderduikers te zorgen, maar in de tweede helft van 1942, toen de deportaties begonnen, was dat nog niet goed geregeld.
Ondergedoken leven
Van het ondergedoken leven kunnen we ons tegenwoordig nauwelijks een voorstelling maken. Er waren joden die jarenlang de buitenlucht niet zagen en er waren joden die bij een boer op het land gewoon meewerkten. Sommige joden konden het uitstekend vinden met hun gastheren en -vrouwen, op andere onderduikadressen braken ruzies uit. Onderduikers werden soms ziek, of overleden zelfs, en wat dan te doen? Ondergedokenen in een rijtjeshuis mochten tijdens de afwezigheid van de legale bewoners geen enkel geluid maken, mochten bijvoorbeeld de wc niet doortrekken. Vaak verkeerden ze in martelende onzekerheid over het lot van hun familieleden en vrienden. En voortdurend dreigde verraad.
Verraden
Isaak L. Worms en zijn vrouw werden op een wel zeer schokkende wijze verraden. Ze arriveerden op hun onderduikadres in de Bilderdijkstraat. Al meteen moesten ze duizend gulden betalen. Even later ging de bel. De man die ze zojuist betaald hadden, liet enkele geüniformeerde Duitsers binnen, wees op Worms en diens vrouw, en zei: ‘Daar zitten ze’. Het echtpaar overleed op 21 mei 1943 in Sobibor. Zo af en toe werd het verraad tijdig ontdekt. Dan kwam bijvoorbeeld op het politiebureau de melding binnen dat op een zeker tijdstip joden moesten worden opgehaald op een bepaald adres. Politiemensen die in het verzet zaten, zoals de Haarlemmer Ben Endlich, konden dan soms nog op tijd waarschuwen.
Gered
Het kon ook goed gaan. Simon van Frank ontsnapte in het huis van zijn stiefmoeder als enige ternauwernood aan arrestatie. Daarna dook hij onder in de Minahassatraat, bij ‘pa en moe Smit’. ‘Eerst zaten we er met vier, toen zes en later zelfs met twaalf onderduikers. Het huis, de stoelen, de loper op de trap, alles was na de oorlog tot op de draad versleten’. Philine Polak, die aanvankelijk tezamen met Sonja Frenk in het huis van de familie Schaft aan de Van Dortstraat ondergedoken zat, overleefde de oorlog. Maar ze moest wel uitwijken naar een ander onderduikadres, in Amsterdam, toen het huis van de familie Schaft, vanwege Hannies illegaal werk, niet langer veilig was.
Terugkeer
Onderduiken deed je lang niet altijd in je eigen woonplaats. Veel Haarlemse joden zijn buiten de stad ondergedoken, joden van elders doken in Haarlem onder. De teruggekeerde joden, die allemaal familieleden en vrienden hadden verloren, voelden zich vaak in Haarlem niet meer veilig. Verraders liepen ongestraft rond of kwamen er vanaf met een lichte straf. In hun huizen woonden anderen die niet zonder slag of stoot wilden verhuizen. Teleurgesteld en verbitterd verlieten nogal wat Haarlemse joden de stad. Ze vertrokken naar andere plaatsen in Nederland of in het buitenland, meestal naar Israël.
Literatuur
* Ton Kors, Hannie Schaft. Het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s (Amsterdam, 6e druk 1981).
* Kees van der Linden, Jaap Temminck en Wim de Wagt, Kom ga sjoelen. Bijdragen over de geschiedenis van de joodse gemeenschap in Haarlem (Haarlem 1999) 37-60.
* J. Presser, Ondergang. De vervolging en de verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945. (‘s Gravenhage 1965).
* J.J. Temminck, ‘Vertrokken onbekend waarheen. De Haarlemse joden in de Tweede Wereldoorlog’, in: Jaarboek Haerlem 1995 (Haarlem 1996) 139-171.
* Ter inzage in de bibliotheek van het Noord-Hollands Archief