-
Meest recente berichten
Categorieën
- Diversen (17)
- Ervaringen (10)
- Geschiedenis (10)
- Nieuws (43)
- Verhalen (10)
Archief
Joodse man ernstig mishandeld
AMSTERDAM - Een 20-jarige joodse man is zaterdag in Amsterdam mishandeld. Volgens het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) gaat het om een antisemitisch incident.
Directeur Ronny Naftaniel bevestigde dinsdag een bericht hierover in Het Parool.
Volgens het Cidi is de man herkenbaar als jood omdat hij een keppel draagt. Hij liep hij ’s middags op het Olympiaplein toen twee jongens hem uitscholden voor ’kankerjood’. Het slachtoffer vroeg wat hun probleem was en liep daarna door. De twee kwamen hem echter achterna. Een andere jongen sloot zich bij hen aan, waarna ze de man te lijf gingen. Ook nadat hij op de grond was gevallen, bleven ze op hem intrappen, aldus Naftaniel.
De Cidi-directeur spreekt van “een verwerpelijke vorm van antisemitisme en racisme.” Volgens komt het geregeld voor dat joden worden uitgescholden of bespuugd, maar is mishandeling een zeldzaamheid. “Geweldsincidenten zijn er bijna niet.”
Het slachtoffer wilde diezelfde avond aangifte doen op het politiebureau, maar kreeg te horen dat hij een paar dagen later moest terugkomen. “Dat is krankzinnig. Als je de daders nog wilt pakken en getuigen wil horen, moet je snel zijn,” aldus Naftaniel.
Een woordvoerder van de politie laat in een reactie weten dat alle agenten van het desbetreffende bureau die avond bezig waren met een speciale actie tegen overvallers. De korpsleiding vindt echter dat de aangifte toch meteen had moeten worden opgenomen. De politie heeft haar excuses aangeboden voor het feit dat dit niet is gebeurd, laat de zegsman weten.
(ANP)
De laatste Jood van Geesbrug
AMSTERDAM – Een geheim telefoontje van zijn verloofde redde Maurits Buitekant van de gaskamer. Hij ontkwam aan deportatie door het Joodse werkkamp Geesbrug te ontvluchten. De nu 86-jarige Jood onthulde donderdag, als laatste overlevende, een gedenksteen op de plek van het voormalige kamp.
„Ik herinner me de gebeurtenissen nog als de dag van gisteren”, vertelt Buitekant, gebogen over een kop koffie in zijn Amsterdamse appartement. „Op 31 maart 1942, de verjaardag van mijn vader, kreeg ik de oproep om te gaan werken. In sommige wijken waren razzia’s aan de gang. Joodse jongens werden opgepakt en naar Westerbork afgevoerd. Ik dacht dat ik in zo’n werkkamp een stuk veiliger zou zitten.”
En dus stapte de toen 20-jarige slager op de trein naar Hoogeveen, om zich in het nabijgelegen kamp Geesbrug te melden. „Ik was daar een van de jongsten. We moesten elke dag geulen graven. Waar die voor dienden weet ik nog steeds niet, maar het werk was te doen.”
Stiekem
Het leven in Geesbrug, een van de ruim veertig Nederlandse werkkampen, viel hem niet zwaar. „Van werken krijg je niets. ’s Avonds en ’s zondags maakten we het gezellig met elkaar. En af en toe telefoneerde ik stiekem naar huis of naar mijn verloofde.”
Via een gat in de afrastering kroop Buitekant geregeld naar buiten. Bij een kruidenierswinkel in het dorp kon hij naar Amsterdam bellen. De geheime telefoontjes redden zijn leven, zegt hij. „Mijn verloofde had gehoord dat Geesbrug zou worden ontruimd.” Samen met twee neven besloot hij nog diezelfde avond de benen te nemen.
Kort daarna, op 3 oktober 1942, werden de achtergebleven dwangarbeiders afgevoerd naar het Durchgangslager Westerbork. Nog geen week later werden de meesten van hen vermoord in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau en Sobibor.
Ontsnapt
Voor Buitekant volgde een ontsnapping die naar zijn zeggen „wonderlijk” verliep. „We wisten totaal de weg niet, maar kort voor onze vlucht viel ik flauw. In die paar seconden heb ik de route tot in detail voor me gezien. De beelden klopten precies, want we konden zonder problemen naar station Hoogeveen lopen. Ik ben geen praktiserend Jood, maar sindsdien geloof ik zeker dat er meer is tussen hemel en aarde.”
De mannen deden hun davidsster af en gingen per trein verder. Eenmaal in Amsterdam nam Buitekant afscheid van zijn neven. Hij zag ze nooit meer terug. „Thuis heb ik schone kleren aangedaan. Daarna ben ik naar Den Haag vertrokken, waar iemand een adres voor ons had geregeld.”
Gedurende een paar maanden zat hij ondergedoken bij een barkeepster. Daarna vluchtte hij via België naar Frankrijk, naar het onbezette Nice. „Daar sprak ik kort met de Nederlandse consul. De volgende morgen werd ik opgepakt, omdat ik illegaal de demarcatielijn tussen het door de Duitsers bezette deel en Vichy-Frankrijk was overgestoken. Bleek die kerel me verraden te hebben.”
Een goedwillende politieman regelde papieren, waarna Buitekant richting de Frans-Italiaanse grens trok. De Duitsers kwamen steeds dichterbij. De Amsterdammer verliet Frankrijk en ging te voet richting Rome. Een maandenlange tocht door de bergen volgde. „Aan het eind van de reis sprak ik perfect Italiaans”, lacht hij.
(Bron: Reformatorisch Dagblad)
Politie-inspecteur weigerde Joden uit te leveren
AMSTERDAM (ANP) - Slechts weinig agenten van de huidige generatie kennen het verhaal van oud-collega Jan van den Oever, een Amsterdamse inspecteur die in 1942 de opdracht kreeg Joodse burgers uit hun huizen te halen en aan de SS uit te leveren voor deportatie naar Polen. Hij weigerde.
Voor huidig korpschef Welten staat deze man symbool voor het politiewerk van nu.
Hij vernoemde daarom het gerenoveerde politiekantoor aan de Kabelweg in Amsterdam-West naar Van den Oever. „Om ons er blijvend aan te herinneren dat we allemaal, ieder voor zich, verantwoordelijk zijn voor een rechtvaardige, democratische politie.” In de centrale hal staat een zogeheten staande tekening, waarvan de lijnen in brons zijn gegoten en het geheel een ruimtelijk aspect krijgt. De sculptuur stelt de oud-politieman voor en is van de hand van kunstenaar Jeroen Henneman. De zoon en de dochter van de overleden Van den Oever onthulden het kunstwerk donderdag.
De politie-inspecteur wist dat de Joodse mensen moesten vrezen voor hun leven, vertikte het daarom mee te werken. Volgens Welten stelde hij daarmee ook het misdadige karakter van de politie aan de kaak. De toenmalige hoofdcommissaris Tulp ontsloeg Van den Oever op staande voet. Na de oorlog trad hij terug in dienst, maar dat bleek van korte duur. De agent voelde zich niet meer op zijn gemak bij het korps.
„Het heeft lang geduurd voordat de politie het eigen handelen tijdens de bezetting onder ogen heeft durven zien”, weet Welten. „Direct na de bevrijding was het motto: zo snel mogelijk vergeten.” Volgens de korpschef was er geen ruimte de leiding erop aan te spreken. „Zelfs een vraag stellen werd niet gedurfd.”
Welten vindt het belangrijk dat zijn korps deze geschiedenis kent en ervan wil leren. Het verhaal van Van den Oever laat volgens hem veel zien over de zwakheden in mens en organisatie. De inspecteur staat bovendien symbool voor de politie die knokt voor vrijheid en tegen onrechtvaardigheid, zei Welten. Waarden waaraan de korpschef buitengewoon hecht.
Hij heeft alle Amsterdamse agenten dan ook een brief gestuurd waarin hij uitlegt waarom hij dit vindt en waarin hij ingaat op het motto van de politie: waakzaam en dienstbaar. Binnenkort dragen alle agenten in Nederland deze twee woorden op hun nieuwe korpsbrevet, het embleem dat zij op hun uniform dragen. „We zijn dienstbaar aan de waarden van de rechtstaat en we zijn waakzaam op alles wat die waarden in gevaar kan brengen.”
Bron: Reformatorisch Dagblad
Wake voor Haarlemse Joden
Maandagavond 25 augustus, 23.00 uur, werd voor het eerst, in het klein, een wake gehouden ter herdenking aan de 715 omgekomen Haarlemse joden.
Patrick van der Vegt hield hierbij een kleine toespraak;
“Op 15 juli 1942 vertrok vanuit kamp Westerbork de eerste deportatietrein. In totaal 1132 joden, grotendeels uit Amsterdam, vertrokken die dag uit het kamp, aangevuld met gevangenen. De eindbestemming was het vernietigingskamp Auschwitz. Het was het begin van de deportatie van meer dan 107.000 joden uit Nederland. Niet alleen in Auschwitz maar ook in andere concentratie- en vernietigingskampen werden zij vermoord.
Op maandag 24 augustus 1942 ontvingen 650 Haarlemse joden een brief met de opdracht zich de volgende dag te melden, hier, in de Bavoschool aan de Westergracht. Zo’n 230 oudere joodse Haarlemmers zouden naar Westerbork gebracht worden, de overigen kregen te horen dat ze naar Duitsland moesten om er te werken.
Van de 650 aangeschrevenen meldden zich slechts 149. De Duitsers waren zeer ontevreden over het te kleine aantal dat zich meldde en hielden een razzia in de avonduren. Bij deze inderhaast georganiseerde razzia pakten de Duitsers nog dertig joden op.
In de nacht van 25 op 26 augustus 1942 vertrok vanuit Haarlem, vanaf het rangeerterrein aan de Westergracht, de eerste deportatietrein naar kamp Westerbork. In totaal 179 Haarlemse joden waren op transport gezet. Op 28 augustus zijn 110 van hen met de trein, in veewagens, naar het vernietigingskamp Auschwitz gedeporteerd. Ze kwamen daar op 31 augustus aan en werden direct naar de gaskamers gevoerd en vermoord.
Vanuit Westerbork vertrokken wekelijks, meestal op dinsdag, de volgeladen treinen naar Auschwitz of Sobibor.
Tussen 15 juli 1942 en 3 september 1944 werden meer dan 107.000 Joden gedeporteerd uit Nederland. Slechts 5.200 overleefden de Nazi-concentratiekampen en keerden terug.
Auschwitz en Sobibor in Polen waren vernietigingskampen, hoofdzakelijk opgericht om massamoord te bedrijven. Van 95.000 Joden uit Nederland waren deze kampen de eindbestemming. Niet meer dan 500 van hen hebben het overleefd.
Dames en heren,
Wij staan hier vanavond om de 715 Haarlemse joden te gedenken. Omdat wij niet willen dat de herinnering aan hen vervaagt. Dit is de plek waar de Haarlemse joden zich moesten verzamelen. Mensen zoals u en ik, opgeroepen, alleen omdat ze joods waren. Mensen die verplicht op reis moesten, onder valse voorwenselen. Onzeker over hun toekomst en waar ze terecht zouden komen. Mensen met een toekomst die niet verder ging dan een van de vernietigingskampen. Dat was hun eindstation.
Zoiets mag nooit meer gebeuren.
Elke keer bij momenten zoals deze schiet bij mij het lied van Stef Bos, Hier vertrok de trein, te binnen. Hierbij zal ik de songtekst voor u voorlezen.”
Hier vertrok de trein (Stef Bos)
Hier vertrok de trein
Hier op dit perron
Hier stonden de mensen
Met angst in hun ogen
Voor de reis begon
Een man met een vrouw
Een vrouw met een kind
Een kind met een toekomst
Mensen
Als dieren opgejaagd
Daar was het oosten
Daar gingen ze heen
Verder dan een trein kan reizen
Naar de hemel
Door de hel
Hier was het leven
Daar was de dood
Voor elke bastaard en zigeuner
Voor elke homoseksueel
Elke jood
En ik kan het niet begrijpen
M’n hoofd kan er niet bij
Ik kan het niet begrijpen
M’n hoofd kan er niet bij
Er is teveel over geschreven
En het is natuurlijk veel te lang geleden
Dus we mogen het, we mogen het vergeten
Maar als we het vergeten
Begint het weer opnieuw